Geschiedenis

Hieronder vindt u een beknopt chronologisch overzicht met hoogte- en dieptepunten, bekende en minder bekende namen, vanaf het jaar van oprichting van Berchem Sport tot het hedendaagse Koninklijk Berchem Sport. Met uitzonderlijke dank aan Karl Böhrer, die een groot deel van onze geschiedenis in zijn bezit heeft, en nog steeds naar al hetgene wat met onze club te maken heeft op zoek is.

1906-1919: DE PIONIERSJAREN

1906: De oprichting van de worstel- en atletiekclub
Op 13 augustus 1906 vindt de oprichting plaats van Berchem Sport, toen nog uitsluitend een worstel- en atletiekclub, door enkele “Vlaamsche Vrienden”, die zich wensen te distanciëren van de door Engels- en Franssprekende elite bevolkte sportverenigingen. Berchem Sport streeft een volkser karakter na. De plaats van oprichting is, zoals vaak, een café en in dit geval café Limburgia in de Beernaertstraat in Oud-Berchem. Notaris Jozef Janssens wordt de eerste voorzitter van de club.
De sporten die worden beoefend zijn “gewichtwerpen, lopen, hoog- en verspringen met aanloop of vanuit stand en koordtrekken.” Tijdens de wintermaanden komen daar ook stokvechten en worstelen in Grieks-Romeinse stijl bij. Het eerste clubkampioenschap, in de zomer van 1907, wordt gewonnen door Ernest Van Berckelaer.


Bestuur en leden van Berchem Sport, nog voor er sprake is van een voetbalafdeling.

1908: Oprichting van de voetbalafdeling
Op 22 april 1908 wordt de voetbalafdeling opgericht; op 9 augustus 1908 wordt het eerste terrein aan de Molenbaan, “nevens ’t nieuw kerkhof” (ongeveer ter hoogte van de huidige Koninklijke Laan), ingehuldigd met een wedstrijd tegen het Mechelse Pennepoel Sportif.
Voetbal is lange tijd een taboe geweest binnen de club – een “duivelsch spel” – maar uiteindelijk winnen de voorstanders toch het pleit. De vereniging sluit zich aan bij de UBSFA, de latere Belgische voetbalbond, en zal in de jaren 1920, wanneer de stamnummers worden ingevoerd, per vergissing het stamnummer 28 krijgen. Eigenlijk moet dat 29 zijn.
De kleuren waarin het voetbalteam aantreedt zijn van bij het begin geel en zwart. Wat precies de inspiratie voor de kleuren is, weten we niet. Twee hypotheses zijn ons bekend: ofwel neemt men de regimentskleuren van de in Berchem gelegerde genietroepen over, ofwel komen de kleuren van de Vlaamse vlag aangezien de vereniging haar inspiratie van bij het begin in een sociaalbewogen Vlaamsgezindheid vindt.
De eerste wedstrijd is een onderling duel tussen juniors en scholieren. De volgende dag wordt er gespeeld tegen de ploeg van het 7de Linie Regiment, een van de betere voetbalploegen van het leger. Berchem verliest met 5-3. De volgende tegenstanders zijn Pennepoel Sportif, het tweede elftal van Malinois, Antwerp Football Alliance en Concordia SC Merxem. Voor die eerste wedstrijden komen soms al tot 1500 toeschouwers opdagen. De inkomprijs bedraagt 10 centiem.

1908-09
Berchem brengt voor het eerst elftallen in competitie op 4 oktober 1908, zowel bij de juniors als bij de scholieren. Het ledenaantal groeit snel waardoor verschillende andere elftallen kunnen worden samengesteld.

1909-10
Kampioen in 3de afdeling Prov. Antwerpen B; 2de in de eindronde
Promotie naar de 2de afdeling

Het seizoen 1909-10 is voor Berchem Sport het eerste met een volwaardig fanionteam. De ploeg start in de “3de afdeling”, die op dat moment een provinciale afdeling is en het 4de niveau in het Belgisch voetbal. Berchem realiseert voor aanvang van het seizoen al meteen de eerste transfer in de geschiedenis van de club: de ervaren Antoon Vermeir komt over van Beerschot. In de B-reeks speelt Geelzwart kampioen; in de eindronde is Pennepoel Sportif een maatje te sterk. De tweede plaats in de eindronde bezorgt Berchem wel al meteen de promotie.


Berchem Sport is onverhoopt kampioen in de derde afdeling, seizoen 1909-10. Het logo op de borst is dan nog eenvoudigweg het rood-zilveren schildje van de gemeente Berchem.

1910-11
Kampioen in 2de afdeling Prov. Antwerpen; 2de in de Nationale eindronde
In het seizoen 1910-1911 wordt Berchem Sport Provinciaal kampioen Tweede Afdeling (toenmalige derde niveau). De tegenstanders zijn vaak ondertussen verdwenen Antwerpse ploegen (zoals Antwerpsche VV of Sint-Ignatius SC) en 2de of 3de elftallen van ploegen die ook in de nationale reeksen uitkomen. In de Nationale eindronde van de 2de afdeling moet Berchem FC Bressoux laten voorgaan, waardoor het promotie naar de nationale afdelingen misloopt.
Na de competitie oefent Berchem Sport voor het eerst tegen buitenlandse clubs: English Rovers, EMM Vlissingen en NOAD (die later met ADVENDO zullen fusioneren tot NAC Breda).

1911-12
12de en laatste plaats in Bevordering
Degradatie naar 2de afdeling Prov. Antwerpen B

Berchem Sport moet zich opmaken voor een verlengd verblijf in de 2de afdeling, maar mag alsrunner-up in de eindronde alsnog promoveren wanneer enkele dagen voor de eerste wedstrijd bekend geraakt dat Ukkel Sport zich uit de competitie terugtrekt. Berchem is zo de vijfde Antwerpse ploeg die doordringt tot de nationale reeksen, na Antwerp FC, Beerschot AC, AS Anversoise-Borgerhout en Antwerp Football Alliance. Aangezien er geen tijd is om het elftal aan te passen aan het niveau van Bevordering eindigt Geelzwart op de laatste plaats.
Opmerkelijk is de winst tegen Stade Leuven die behaald wordt via de groene tafel wegens de brutale houding van het thuispubliek.

1912-13
Kampioen in 2de afdeling Prov. Antwerpen B; 1ste plaats in de Provinciale eindronde; 1ste plaats in de Nationale eindronde B; 4de en laatste plaats in de Finale eindronde
Wegens onteigening moet de club voor aanvang van het seizoen verhuizen. Er wordt een nieuw terrein gevonden op slechts enkele honderden meters van het plein aan de Molenbaan. Berchem heeft een nieuwe thuis gevonden langs de Grote Steenweg.
Op sportief vlak wordt eenvoudig kampioen gespeeld in de provinciale B-reeks waarna ook de voorrondes van de eindronde zonder problemen worden gewonnen. In de finale eindronde wordt 3 keer verloren, telkens met het kleinste verschil. Tegenstanders zijn Lyra, Anderlecht en AEC Mons. In de pers wordt het voetbal van Geelzwart omschreven als het mooiste van de hele 2de afdeling; enkel de afwerking ontbreekt…
Met de Berchem Sport Supporters Club krijgt de club een eerste supportersvereniging.

1913-14
Kampioen in 2de afdeling Prov. Antwerpen B; 1ste plaats in de Provinciale eindronde; 2de plaats in de Nationale eindronde
Promotie naar Bevordering

In de B-reeks is Berchem onklopbaar. Het doelsaldo liegt er niet om: 52 voor en 3 tegen. In de Provinciale eindronde wordt opnieuw niet verloren en eindigt de club op de eerste plaats, voor Lierse. In de Nationale eindronde lijkt het eerst grondig mis te gaan, tot de 16-jarige Oscar Hellings in de ploeg wordt gedropt. De ploeg begint te winnen nu er wel een trefzekere aanvaller op het veld staat. De voorlaatste wedstrijd, tegen rechtstreeks concurrent Lierse wordt met 2-0 gewonnen voor 2000 toeschouwers. Oscar Hellings lukt in de laatste wedstrijd, tegen Avenir Hasselt, een hattrick. Berchem eindigt tweede achter AEC Mons en mag samen met de Henegouwers naar Bevordering.


1913-14: Provinciaal kampioen in tweede afdeling aan de vooravond van de eerste wereldoorlog. Oscar Hellings (in het midden op de onderste rij) en Campaert (links op de bovenste rij) voetballen voor het laatst.

1914-19: Den Grooten Oorlog
Door de eerste wereldoorlog wordt tot in 1919 geen officieel kampioenschap georganiseerd. De kampioenenploeg speelt op 4 juli nog vriendschappelijk tegen Antwerp, maar wordt enkele maanden later bij de belegering van Antwerpen uiteengerukt. De 17-jarige diamant Oscar Hellings overlijdt in Nederland als vluchteling; kapitein Campaert geraakt zwaar gewond. Vriendschappelijke ontmoetingen, straatploegjes en enkele plaatselijke kampioenschappen vervangen het competitievoetbal. In 1918 staakt Berchem Sport alle activiteiten. Een jaar later wordt een nieuwe ploeg opgebouwd rond enkele teruggekeerde spelers van de kampioenenploeg van 1914 en jongens die tijdens de oorlogsjaren bij straatploegjes hadden gespeeld. Het seizoen 1918-19 kent een officieus gewestelijk kampioenschap waarin Berchem 2de eindigt achter Anderlecht in Bevordering Centrum.

1919-1929: NAAR EERSTE KLASSE

1919-20
6de plaats (op 12) in Bevordering
Het eerste officiële kampioenschap na de oorlog kent nog geen stijgers en dalers om de clubs de kans te geven een nieuwe ploeg op te bouwen. In Bevordering (de huidige 2de klasse) eindigt Berchem in de middenmoot.

1920-21
6de plaats (op 12) in Bevordering
Door met punten te morsen in het begin van het seizoen kan de ploeg later geen rol van betekenis meer spelen. De jonge ploeg wordt voor het tweede jaar op rij 6de in de 2de klasse. Het bestuur neemt maatregelen om de kwaliteit van het geleverde voetbal te verhogen door meer verplichte trainingen en teambuilding-activiteiten. De Berchem-spelers worden dat jaar verzekerd tegen sportongevallen, lang voor dat verplicht wordt door de Voetbalbond.
Na afloop van het seizoen krijgt het veld aan de Grote Steenweg een eerste, bescheiden tribune en worden de staanplaatsen opgehoogd om meer toeschouwers te kunnen herbergen.


1920-21: Berchem eindigt 6de in tweede klasse. Standard wint de reeks.

1921-22
2de plaats (op 14) in Bevordering
Promotie naar de 1ste afdeling

Berchem eindigt op één punt van kampioen Uccle Sport en mag mee naar de 1ste klasse. FC Luik en Lierse volgen op 5 punten op een gedeelde derde plaats. De latere international Nic Hoydonckx verschijnt in het team. Erevoorzitter Harry Wilson Burnyeat verwent de spelers met een plezierreisje naar de Rijn.

1922-23
10de plaats (op 14) in de 1ste afdeling
Op het financiële vlak verandert er heel wat met de oprichting van de Samenwerkende Maatschappij Berchem Sport. Door de promotie dringt een uitbreiding van het stadion zich op. Het stadion aan de Grote Steenweg kan slechts 4000 toeschouwers aan; veel te weinig voor de derby’s tegen Beerschot en Antwerp en de matchen tegen de grote Brusselse teams die er zitten aan te komen in eerste klasse. Daarom worden nieuwe tribunes gebouwd waardoor de capaciteit vergroot wordt tot 15000. De aannemer, gespecialiseerd in voetbaltribunes, heeft eerder al de stadions van Manchester United, Tottenham Hotspur en Sheffield Wednesday gebouwd. De eerste reklamepanelen verschijnen langs het veld. De eerste sponsors van Berchem Sport zijn Brouwerij De Koninck, Harley Davidson, British Petroleum en Westminster sigaretten.


De nieuwe installaties, een eersteklasser waardig.

Het is in die tijd de gewoonte om een dure buitenlandse trainer aan te trekken, alhoewel de job van een coach nog lang niet is wat ze later zal worden. Trainers dienen voornamelijk het prestige van de club, eerder dan dat ze een sportieve meerwaarde zijn. Berchem kan niet achter blijven en haalt de Engelsman James Hodson.
10 september 1922: Na de inhuldiging van de nieuwe tribunes, treedt Berchem Sport voor de allereerste keer aan in de eerste klasse. Tegen de latere kampioen Union St.-Gilloise wordt 2-2 gelijk gespeeld; een wedstrijd die volledig wordt gefilmd, maar waarvan de band vermoedelijk verloren is gegaan. Die dag verschijnt meteen ook de eerste editie van het zeer degelijke clubblad De Supporter (later zal dat clubblad uitgroeien tot een populair sportmagazine dat de banden met Berchem Sport verbreekt).
Verlies bij de rechtstreekse concurrenten in de slotweken geeft de competitie nog een spannend einde, maar Berchem eindigt uiteindelijk op een mooie tiende plaats op veertien mededingers en blijft daarmee o.a. RC Mechelen en Anderlecht voor.
Een tweede supportersvereniging wordt opgericht onder de naam Berchem Sport Supporters Vrienden.


Berchem Sport – Uccle Sport. De twee promovendi in de hoogste afdeling tegen mekaar.

1923-24
10de plaats (op 14) in de 1ste afdeling
Berchem doet iets beter dan het jaar voordien, want is geen enkele keer in degradatiegevaar. Opmerkelijke resultaten zijn winst tegen Gantoise, Club en Cercle Brugge. Thuis tegen Beerschot, de latere kampioen, wordt verdienstelijk 3-3 gelijk gespeeld.
Op het einde van het seizoen is Geelzwart trouwens scherprechter in het titeldebat. Beerschot heeft genoeg aan een punt op het veld van RC Brussel om de titel op zak te steken. Achtervolger Union – nagenoeg onklopbaar in eigen huis – ontvangt met Berchem Sport een hapklare brok. Beerschot krijgt, volgens de Kielenaren door toedoen van een partijdige ref, op het einde van de match het deksel op de neus en verliest met 2-1. Terwijl al paars-wit stilzwijgend het verdriet verwerkt, komt uit het Dudenpark het telefoontje met de uitslag van Union – Berchem: de geel-zwarten hebben zichzelf overtroffen en houden Union op een 1-1 gelijkspel, waardoor Beerschot alsnog landskampioen wordt. Na de wedstrijd ontmoeten beide supportersclans mekaar in de Brusselse binnenstad waarna de kersverse kampioenen in een lange stoet door de hoofdstad worden geleid.

1924-25
7de plaats (op 14) in de 1ste afdeling
Jef Taeymans wordt met 20 doelpunten topschutter in de hoogste afdeling

De resultaten gaan in stijgende lijn. Vooral thuis haalt Berchem veel punten. Er wordt aan de Grote Steenweg zelfs maar één keer verloren. Op verplaatsing gaat het al te vaak mis. Met Taeymans heeft de club de topschutter in de rangen, maar halverwege het seizoen verliest ze wel doelman Louis Cootmans tijdens de match op Standard. Een Luikse aanvaller breekt het been van de geel-zwarte goalie, die daarenboven de fout tegen krijgt. Voor Cootmans betekent de beenbreuk zo goed als het einde van zijn carrière. Op het einde van het voetbaljaar vertrekt trainer Hodson na 3 seizoenen bij Geelzwart.
Voor de eerste keer worden Berchem-spelers opgeroepen voor de nationale ploeg. In november debuteren Pol Dries (3 caps) en Gustave Van Goethem (1 cap) in de interland tegen Frankrijk. In maart tegen Nederland staan er met Dries, Jean Claes (1 cap) en Taeymans (1 cap) drie Berchemnaren op het veld. Die Derby der Lage Landen verloopt zeer tumultueus: een poging van Dries wordt door de Nederlandse back Kees van Dijke met de hand uit het doel gehouden. De fout wordt niet opgemerkt door de ref. Nederland scoort nadien vanuit buitenspel het enige doelpunt van de wedstrijd.

1925-26
6de plaats (op 14) in de 1ste afdeling
De Welshman Charles Griffith wordt binnengehaald als nieuwe trainer. De man heeft zijn strepen verdiend als Frans bondscoach en als trainer van Stade Rennais, Olympic Lillois en Union St-Gilloise. Berchem begint uitstekend aan de competitie. Na zestien speeldagen staat het tweede. Er wordt bij momenten stevig uitgehaald: 0-8 op AA Gent, 7-0 tegen Verviers, 4-0 tegen Club Brugge en 5-3 tegen Anderlecht. In januari eindigt de derby Berchem – Antwerp zowaar op 5-1. Een eerste topseizoen lijkt in de maak. Op 28 februari 1926 loopt het echter mis voor de geel-zwarten. Kapitein Hoydonckx en aanvaller Taeymans ruzieën openlijk op het veld, waarna de aanvoerder briesend het terrein verlaat. De veer is hiermee volledig gebroken en Berchem Sport zakt in de laatste matchen weg naar de middenmoot.
Twee spelers verdienen hun eerste en enige cap: Frans Van den Ouden tegen Oostenrijk en Josephus Cootmans tegen Hongarije.
De reserven spelen kampioen.


Het elftal dat zich in het seizoen 1925-26 tot de absolute top van het Belgisch voetbal had kunnen rekenen, zakt uiteindelijk weg naar de buik van het klassement.

1926-27
5de plaats (op 14) in de 1ste afdeling
De bedenkelijke Tsjech Rupert Fisher neemt de fakkel over van Griffith als Berchem-trainer. Hij zal nog voor het einde van het seizoen weer verdwijnen. De verstandhouding binnen de ploeg en de inzet van de spelers laat nog steeds te wensen over, waardoor het elftal onder haar kunnen presteert. Desondanks eindigt Berchem op een vijfde plaats, 6 punten achter kampioen Cercle Brugge. De jaren 1920 kunnen beschouwd worden als de eerste bloeiperiode van Berchem Sport, maar door interne strubbelingen vertaalt dit zich niet in prijzen.
Na afloop van het seizoen vragen 24 Berchem-spelers een transfer aan; het blijkt uiteindelijk te gaan om een protest aangaande de reisonkosten van de echtgenotes bij verplaatsingen. Slechts 1 speler krijgt toelating om ook effectief van club te veranderen.
De gemeente zegt de huurceel voor het stadion op. Een nieuwe locatie dient gezocht te worden; een zoektocht die niet zonder slag of stoot zal verlopen. Er wordt even overwogen om naar Wilrijk te verhuizen, maar de beheerraad wil absoluut in Berchem blijven.

1927-28
4de plaats (op 14) in de 1ste afdeling
De dure trainer Hodson wordt weggehaald bij Daring en begint aan een tweede termijn bij Geelzwart. Na het spelersprotest worden de plooien net voor het begin van de competitie gladgestreken. Met een vierde plaats behaalt Berchem zijn tot dan toe beste resultaat, maar dat is slechts schijn. De 19-jarige debutant Miel Stijnen van wie veel verwacht wordt, kijkt al meteen tegen een jaar schorsing aan wegens een administratieve fout bij zijn aansluiting. Op de vierde speeldag tegen Lierse valt Hoydonckx uit met een sleutelbeenbreuk. De rest van het seizoen worden spelers om allerlei redenen voor korte of lange tijd gemist. De inzet van het elftal is nog steeds niet naar behoren en met 27 behaalde punten staat Berchem slechts 5 punten voor op de voorlaatste in de eindstand.
In het stadiondossier ligt voorzitter Janssens dwars tot hij uiteindelijk opstapt. Hij wordt tijdelijk opgevolgd door Victor Van Berckelaer. De club maakt meteen werk van de zoektocht naar een eigen terrein. De weduwe Neefs-Corstiaens is bereid een stuk grond van 4 ha langs de spoorlijn Antwerpen-Brussel te verkopen voor de prijs van 1.850.000 Bfr. Na de aankoop stelt men oud-speler Jozef Hellings aan als nieuwe voorzitter. De populairste Berchem-speler van de pioniersjaren brengt meteen opnieuw tucht in de gelederen. Hij ontslaat de dure Hodson en wordt zelf trainer. De “Mussolini van het Rooi” zoals hij later zal genoemd worden, geldt nog steeds als een van de beste voorzitters die Berchem Sport ooit zal hebben.
Na zijn herstel viert de technisch onderlegde Nic Hoydonckx zijn eerste van 36 caps: in februari tegen de Ierse Vrijstaat. Hij wordt de eerste Berchemnaar met een vaste stek bij de Rode Duivels, al zal hij de meeste caps verdienen nadat hij Berchem verlaat en in derde klasse bij Excelsior Hasselt gaat spelen. Hij zal deelnemen aan de eerste wereldbeker (in Uruguay in 1930) en is zelfs 16 keer kapitein van ons nationale elftal.
In april neemt Berchem deel aan het vriendschappelijke tornooi van het Franse Amiens AC. Een maand later reist een gemengd Berchem-Antwerp elftal naar de Ierse Vrijstaat om er als eerste Belgische club wedstrijden te gaan spelen. Er worden oefenpartijen gespeeld tegen Shamrock Rovers en een keurelftal van de beste spelers uit Dublin.


April 1928: Berchem Sport samen op de foto met leden van de London Football Association op het tornooi van Amiens AC.

1928-29
7de plaats (op 14) in de 1ste afdeling
Nic Hoydonckx verlaat de club en gaat voor Excelsior Hasselt spelen. Berchem recupereert wel Miel Stijnen, die terug is uit schorsing. Het seizoen 1928-29 is een overgangsjaar: de club is meer bezig met de bouw van een nieuw stadion dan met het sportieve. Het stadion aan de Grote Steenweg wordt stilletjes aan afgebroken waardoor de laatste competitiewedstrijden op Beerschot worden afgewerkt. Berchem eindigt veilig in de buik van het klassement.
Opmerkelijk zijn de uitzonderlijk negatieve reacties van pers en publiek aangaande de wedstrijd Beerschot – Berchem. Voor de match bedenkt Hellings een defensieve tactiek om Raymond Braine uit de wedstrijd te houden: middenvelder Louis Verboven moet als extra verdediger Braine 90 minuten lang schaduwen. Pas 7 jaar later zal een Belgische club dat systeem dat we nu kennen als “mandekking” systematisch toepassen.

1929-1936: NAAR HET ROOI

1929-30
12de plaats (op 14) in de Ere-afdeling
De Berchemse architecten Frans Peeters en Egide Van der Paal ontwerpen het nieuwe Berchem Stadium. Ze kiezen voor een sober en functioneel ontwerp dat geheel past in de stijl van het opkomende modernisme van de jaren 1920 en ’30. Rondom het veld komen betonnen gradins en een houten zittribune. Overbodige versieringen worden opgeofferd om tot een minimalistisch, maar monumentaal geheel te komen. Voor de robuuste erepoort wordt geopteerd voor een vereenvoudigde art deco-stijl, wat zich uit in de belettering en de subtiele niveauverschillen in het beton. Aan de straatkant accentueren uitwaaierende loketten het imposante karakter van de erepoort. Het stadion kan 20.000 toeschouwers herbergen (waarvan 5000 zitplaatsen). De bouw start in 1928; de laatste overdekkingen worden in 1931 toegevoegd. Toch vindt de inhuldiging al plaats op 25 augustus 1929. Berchem speelt die dag een wedstrijd tegen de Nederlandse kampioen PSV Eindhoven (2-3).


1929: De betonnen gradins van het nieuwe stadion van Berchem Sport zijn afgewerkt.

25 augustus 1929: het nieuwe Berchem Stadium op het Rooi wordt in gebruik genomen. Spelers van Berchem en PSV Eindhoven bij de inhuldiging van de gedenkplaten aan de art deco-erepoort.

Sportief stelt het seizoen 1929-30 niet veel voor. Berchem bengelt het ganse seizoen achteraan op een degradatieplaats en kan pas op het einde remonteren. Op de laatste speeldag moet er thuis gewonnen van Beerschot. Nadat 6 jaar eerder Berchem het nodige heeft gedaan om Beerschot op de laatste speeldag de titel te schenken, zijn het nu de Mannekens van het Kiel die hun buren een cadeau doen: ze treden aan met tal van reservespelers en een totaal gebrek aan strijdlust, waardoor het paars-witte publiek zich tegen hen keert. Berchem wint met 3-0 en verzekert zich van een verlengd verblijf in de eerste klasse.


Berchem Sport – RC de Bruxelles: 3-1. Op 15 september houdt Berchem – hier met Taeymans aan de bal – voor de eerste keer de twee punten thuis in een competitiematch op het Rooi.

1930-31
3de plaats (op 14) in de Ere-afdeling
De pers tipt de Rooiploeg als degradatiekandidaat, maar na een aarzelende competitiestart begint Berchem te winnen. Twee punten worden behaald tegen o.a. Beerschot, Club Brugge, Standard, RC en KV Mechelen en Union. Halverwege het seizoen is de top 3 in het klassement volledig Antwerps met Antwerp (1e), Berchem (2e) en Beerschot (3e). Op de 24ste speeldag beslist de derby Berchem – Antwerp over de titel. Het Berchem Stadium is al een week op voorhand uitverkocht. De wedstrijd eindigt op 1-1 waardoor Berchem de kans laat schieten om over Antwerp naar de kop van het klassement te springen. Puntenverlies op de laatste speeldagen doet Geelzwart wegzakken naar de derde plaats.
Middenvelder Louis Verboven (2 caps) en verdediger Constant Joacim (11 caps) vieren hun eerste selectie als international en zijn de voorbode van de tweede generatie Berchemse Rode Duivels.
De club viert in 1931 haar 25-jarige bestaan. In februari speelt men een galamatch tegen de vrienden van PSV Eindhoven. In juli volgt een groots feest in het Grand Hotel de Londres op de De Keyserlei, inclusief een ‘Berchem Sport Bom’ als dessert. Later in de maand worden de feestelijkheden afgesloten met een openluchtfeest in het stadion. De club heeft de eer benoemd te worden tot Koninklijke Maatschappij en gaat vanaf nu door het leven als Royal Berchem Sport.
Balans na 25 jaar: de voetbalclub is snel opgeklommen naar de top van het Belgische voetbal, een vaste waarde geworden als onderdeel van de ‘Antwerpsche School’, maar behaalt – ondanks veel getalenteerde spelers – nooit een titel. Mogelijk omdat de club te snel is gegroeid en omdat – zoals het een Antwerpse club betaamt – tegen mindere tegenstanders vaak zonder bezieling wordt gespeeld. Ook interne strubbelingen hebben een rem gezet op de ambities.


12 april 1931: Aanvoerders Dis Bastin en Miel Stijnen voor de derbytopper tegen Antwerp FC met de titel als inzet.

1931-32
5de plaats (op 14) in de Ere-afdeling
Wrevel bij de aanhang van de 4 Antwerpse eersteklassers – Antwerp, Beerschot, Berchem en Tubantia – over de verhoging van de abonnementsprijzen én het niet toekennen van subsidies voor de supprtersclubs van RBS door het Berchem-bestuur zorgt uiteindelijk voor de ontbinding van de Federatie der Berchem Sport Supportersclubs.
Na de derde plaats van het seizoen 1930-31 zijn de verwachtingen hoog gespannen. Op de eerste speeldag wordt meteen met 0-6 gewonnen op Cercle Brugge. Daarna wordt er al te vaak gelijk gespeeld, maar desondanks blijft Berchem in een evenwichtige competitie bovenaan meedraaien. De match Berchem – Antwerp op de 10de speeldag heeft net zoals het vorige seizoen de eerste plaats als inzet. Weeral wordt het 1-1. Tijdens de rest van het seizoen laat Geelzwart thuis te veel punten liggen waardoor het uiteindelijk 5de eindigt, 3 punten voor de 12de in de stand.
De tegenvallende resultaten zijn deels te verklaren door de talrijke blessures: doelman Woestadt mist op RC Mechelen 20 minuten door verzorging langs de lijn, Pol Dries valt tegen Tubantia uit met een sleutelbeenkwetsuur, op Club Brugge breekt Clem Hoydonckx zijn knie (en speelt de wedstrijd toch nog uit), Stijnen en Verlooy liggen een half seizoen in de lappenmand…
Met Miel Stijnen (31 caps en kapitein vanaf 1936), Edward Van Brandt (2 caps) en Henri Woestadt heeft Berchem er weer drie internationals bij, al blijft het voor de laatste wel beperkt tot een invalbeurt tegen Zweden.
Na het seizoen wordt vriendschappelijk gespeeld tegen de profs van Admira Wien. Berchem, dat die dag versterkt wordt met o.a. Voorhoof van Lierse en Van den Eynde van Beerschot, houdt de Oostenrijkers op 3-3. Voor Gustave Van Goethem (die tijdens WO2 nog in Breendonk zal gevangen zitten) is het meteen zijn afscheidsmatch.


Affiche voor het vriendschappelijk treffen tegen het Oostenrijkse Admira Wien op 16 mei 1932.

1932-33
14de plaats (op 14) in de Ere-afdeling
Degradtie naar de 1ste afdeling
Berchem krijgt op de tweede speeldag een stevige pandoering op het veld van regerend kampioen Lierse: 6-1. De voorbode van een heel slecht seizoen. Er worden maar liefst 21 (!) spelers in de aanval uitgeprobeerd; enkel Jef Willems haalt een zeker niveau met zijn 11 treffers. Op de laatste speeldag moet Geelzwart naar rechtstreeks concurrent RC Gent en verliest er met 3-2. De degradatie naar de 2de klasse is daarmee een feit. Zo komt na 11 seizoenen een einde aan de eerste periode in de hoogste afdeling.


1932-33: Geelzwart eindigt hopeloos laatste in de eerste klasse, ondanks de 4 internationals in het team.

1933-34
Kampioen in de 1ste afdeling B; Kampioen in de 1ste afdeling
Promotie naar de Ere-afdeling
Berchem houdt de 4 actieve internationals Stijnen, Verboven, Van Brandt en Joacim aan boord en is geen partij voor mindere goden als Cappellen, SK Hoboken, Union Hutoise of Stade Waremmien. Geelzwart scoort 85 keer in 26 wedstrijden en eindigt afgetekend eerste met 11 punten voorsprong. Het prestigeduel tegen de kampioen van de A-reeks, White Star, wordt met 4-2 gewonnen.
Een deel van de kern wordt verjongd met spelers als Kersse, Nobels, Demolie en Nelis. Vooral Jef Nelis, 16 jaar jong, is buitengewoon getalenteerd.

1934-35
9de plaats (op 14) in de Ere-afdeling
Nieuw op Berchem in de aanloop naar het nieuwe seizoen is de grote aandacht voor de lichamelijke conditie van de spelers: dokter Van de Wyer (die later nog bondsdokter en mede-oprichter van de Heyzelschool voor trainers zal zijn) laat zijn club investeren in een kinedienst met kinesist en 2 masseurs-soigneurs en een bijbehorende apotheek. Eén training per week gaat naar fitness en body building. Deze inspanningen zullen de club twee jaar later de ‘Grooten Prijs van het Geneeskundig Onderzoek’ opleveren.
Berchem lukt tijdens het seizoen 1934-35 maar liefst 63 doelpunten, maar krijgt er ook 74 binnen. We tekenen heel wat typische vooroorlogse scores op met als toppunt de 7-5 thuis tegen Standard de Liège. Geelzwart eindigt in de veilige middenmoot. Supertalent Jef Nelis wordt net geen topschutter met 27 doelpunten. Mondelé van Daring scoort er 28.

1935-36
14de plaats (op 14) in de Ere-afdeling
Degradatie naar de 1ste afdeling
In april 1935 voert de Voetbalbond het “Statuut van den Onafhankelijken Voetballer” (of niet-amateur) in, waarmee premies en transfers worden toegestaan. In de jaren voordien hebben de Belgische clubs grote schulden gemaakt om grote stadions te kunnen bouwen en nu vraagt een opbod in (teken-)premies en transfersommen om nieuwe investeringen. Voor Berchem zorgen deze veranderingen voor stevige financiële problemen. De rekening van de club bij de Westminster Bank staat in het rood. Een oplossing dient zich aan wanneer Dr. Gianolla, voorzitter van Olympic Charleroi, interesse toont in spelers van de club van zijn vriend, Berchem-voorzitter Hellings. Transfers zijn op dat moment uiteraard nog geen dagdagelijkse gewoonte en openlijk uitkomen voor een goedbetaalde overgang is niet evident. Het hele gebeuren leidt tot moddergooien tussen bestuur en spelers, een in opstand komende kern, ontslagen en opstappende spelers. Verboven, Joacim, Stijnen en Van Brandt vertrekken naar Olympic (dat later de bijnaam Flaminpic krijgt door het grote aantal gekochte Vlamingen), Willems naar Eendracht Aalst, De Pellecyn naar SK St-Niklaas, Kersse naar AA Gent en De Hoey en Demolie naar Belgica Edegem. De sommen voor de vier transfers naar Olympic zorgen er voor dat Berchem financieel weer even verder kan.
Bij het begin van het seizoen 1935-36 telt Berchem nog 3 kernspelers: Nelis, Pels en Wauters. Verschillende clubs (Antwerp, Aalst, Cappellen, Boechout, Hoboken, Zurenborg, Minerve SC…) stellen spelers ter beschikking van Berchem, maar ondanks de goede bedoelingen kunnen die vaak het niveau van de hoogste afdeling niet aan. Gezien de situatie wenst het bestuur geen oefenwedstrijden te organiseren; een onbegrijpelijke beslissing aangezien het nieuwe elftal dringend op elkaar ingespeeld moet geraken. In augustus wordt enkel tegen PSV gespeeld, dat zelf aandringt op de match om zo hun solidariteit te betuigen met een bevriende club in moeilijkheden. Geelzwart eindigt afgetekend laatste in de competitie en krijgt regelmatig zware vernederingen te slikken (11-0, 2-12, 0-8, 8-2…).

1936-1946: EEN NIEUWE START

1936-37
6de plaats (op 14) in de 1ste afdeling A
Het definitieve einde van de eerste bloeiperiode als eersteklasser (1922-1936) leidt tot eentabula rasa. De noodploeg wordt vervangen door eigen jeugd, jonge beloften worden al snel voor de leeuwen gegooid en met Frans Van den Ouden is er een nieuwe trainer. De nieuwe ploeg staat nog lang niet op punt, maar draait het ganse seizoen wel mee aan de top van de 2de klasse. Pas tijdens het competitieslot zakt Geelzwart weg naar de 6de plaats. De ploeg rondanciens Pels (22 jaar) en Nelis (20 jaar) zal later uitgroeien tot een nieuw topelftal. De opvallendste jeugdspelers die in het eerste elftal worden gedropt zijn de backs Leon en Marcel Aernaudts.
Opmerkelijk zijn de verhitte gemoederen in de tribunes tijdens de derby tegen Oude God Sport en discutabele penalty-situaties in de wedstrijden tegen kampioen RC Tienen en Cappellen FC.


Een vernieuwde Rooiploeg, die de basis vormt voor een nieuwe sterke generatie. De gebroeders Aernaudts, die tot 1953 bij de club zullen blijven, verschijnen voor het eerst op het veld.

1937-38
2de plaats (op 14) in de 1ste afdeling B
De 17-jarige balkunstenaar Cois Vannuten debuteert in het eerste elftal. Na een desastreuze start klimt Geelzwart op in het klassement door 13 keer te winnen in 14 matchen. De club strandt uiteindelijk op de 2de plaats achter Cercle Brugge.

1938-39
3de plaats (op 14) in de 1ste afdeling A
Met de trefzekere Jef Staelens duikt alweer een 17-jarig talent uit de eigen jeugd op. Het ganse seizoen lijkt de titelstrijd uit te draaien op een confrontatie tussen Berchem, Lyra en Tubantia. Uiteindelijk gaat Eendracht Aalst met de promotie aan de haal. Het wordt duidelijk dat het jeugdige elftal ontzettend getalenteerd is, maar voorlopig de maturiteit mist om er een heel seizoen te staan.


Stan De Hert (onderste rij, 2de van links) en Jef Staelens (onderste rij, 3de van links) in een jeugdelftal, eerste helft jaren 1930.

1939-40
Niet afgewerkte provinciale noodcompetities
Stand op 10 mei 1940: 2de plaats (op 14) in de Ere-afdeling Antwerpen; 3de plaats (op 8) in de Beker Oscar Bossaert
Gezien de spanningen in Europa mobiliseert België vanaf augustus 1939. Veel voetballers moeten onder de wapens waardoor het voetbal georganiseerd wordt in tijdelijke, provinciale noodcompetities die door de omstandigheden onregelmatig verlopen en uiteindelijk niet afgewerkt worden.
De Antwerpse eerste- en tweedeklassers worden gegroepeerd in de Ere-afdeling Antwerpen. Voor Berchem de ideale test om het jonge elftal uit te proberen tegen eersteklassers. Met 13 zeges op 19 wedstrijden doen de youngsters het alles behalve slecht. Al snel wordt ook een nationale competitie georganiseerd waarbij Berchem uitkomt in de ‘Schaal Oscar Bossaert’, een regionaal kampioenschap voor tweedeklassers.
Opmerkelijk zijn de 2 gewonnen wedstrijden tegen Cappellen (12-0 en 0-11) en de schermutselingen in de tribunes tussen de supporterclans tijdens Malinois – Berchem.
Jef Nelis viert tijdens het seizoen 1939-40 zijn twee caps (beide tegen Nederland) waarin hij telkens scoort. Hij doet zelfs de grote Raymond Braine vergeten in het nationale elftal. De oorlog betekent echter het einde van zijn veelbelovende carrière als Rode Duivel.
Op 10 mei valt Nazi-Duitsland België binnen. Alle competities worden onmiddellijk gestaakt. Vanwege de nabijgelegen luchthaven wordt Berchem de eerste dag van de oorlog om 3u30 ’s morgens gebombardeerd.


Berchem ontvangt o.a. Tubantia Borgerhout tijdens de noodcompetities in de oorlogsjaren. Vannuten in actie.

1940-41
7de plaats (op 13) in de Ere-afdeling Provincie Antwerpen; 9de plaats (op 9) in het Lentetornooi Provincie Antwerpen, reeks A
Al een maand na de capitulatie van België wordt er weer gevoetbald. In tegenstelling tot WO 1 worden nu wel competities georganiseerd die min of meer regelmatig verlopen. In de provinciale Ere-afdeling eindigt Berchem 7de: onvoldoende om de nationale eindronde te halen. Troost is een Lentetornooi met mindere teams. Zowel publiek als spelers haken af. Een veredelde reserveploeg eindigt laatste.

1941-42
2de plaats (op 14) in de 1ste afdeling B
Voor het eerst sinds 1939 wordt de draad weer opgepikt met traditionele nationale competities. De eindstand van het seizoen 1938-39 bepaalt de nieuwe reeksen waardoor Berchem weer in de 2de klasse terecht komt.
Berchem start het seizoen zonder Jef Nelis die naar Union St-Gilloise verhuist (en een jaar later getransfereerd wordt naar FSV Frankfurt). Er blijven nieuwe spelers uit de jeugd opduiken, zoals de broers Stan en Bert De Hert.
Een seizoen lang is Geelzwart veruit de beste ploeg van de reeks – de tegenstand wordt bij momenten weggeblazen (1-6, 7-0, 0-8, 8-0, 10-0…) – maar op het einde van de rit komt het een punt te kort voor de titel die naar RC de Bruxelles gaat. Volgens de pers omdat de Brusselaars vaker het geluk aan hun kant hebben.


Een topelftal in wording.

1942-43
Kampioen in de 1ste afdeling B; Kampioen van België 1ste afdeling
Promotie naar de Ere-afdeling
Na de excellente prestaties van het voorbije voetbaljaar is Berchem in 1942-43 torenhoog favoriet voor de titel in de 2de klasse. De jonge geel-zwarten zijn in de jaren voordien samen opgegroeid aan het Rooi en zijn nu een volwassen team geworden dat eindelijk wel het geluk mee heeft. Volgens sommigen speelt Berchem het beste voetbal dat sinds jaren op de Belgische velden is vertoond. Typisch Antwerps samenspel vol elegantie en korte combinaties zoals men dat ook in Wenen speelt. Een schril contrast met het Britse kick & rush. Club Brugge eindigt op 4 punten van de kampioen uit Berchem. De cijfers zijn indrukwekkend: 122 goals voor, 22 tegen. Met de aanvallers Staelens, Mersie, Vannuten en de gebroeders De Hert heeft Berchem de meest uitgebalanceerde en complementaire voorlijn uit haar geschiedenis. Het prestigeduel tegen de winnaar van de A-reeks, Lyra, wordt ook nog gewonnen. De KBVB stuurt de club als enige van de nationale kampioenen geen felicitaties.
In een solidariteitstornooi tussen de 4 recentste kampioenen van de 1ste afdelingen is Berchem na afloop van de competitie verliezend finalist.


Van links naar rechts: Stan De Hert, Jos Mersie, Jef Staelens, Marcel Pels, Jef Michel, Marcel Aernaudts, Bert De Hert, Gaston Colebunders, Broer Van de Ven, Leon Aernaudts en Cois Vannuten.

1943-44 
6de plaats (op 16) in de Ere-afdeling
De langverwachte promotie naar de hoogste afdeling doet vooral de buitenwereld watertanden. De pers beschouwt Berchem al jaren als een potentiële topclub en de tegenstanders zijn duidelijk in hun commentaren: “een ploeg voor een plaats in de top 4” (Raymond Braine), “de beste verdediging van België” (Pierre Braine), “titelkandidaat” (Rik De Deken), “de ploeg van de toekomst” (Staf Pelsmaeker). De vooraanstaande sportjournalist Pol Jacquemyns besteedt een afzonderlijk hoofdstuk aan de Berchemnaren in zijn boek “Voetballers van heden”. Geelzwart speelt oogstrelend, technisch verzorgd voetbal, maar laat te vaak punten liggen; meestal omdat de afwerking dit seizoen ontbreekt. De 6de plek in de subtop is wat op Berchem voor het seizoen als ambitie was vooropgesteld.

1944-45
Geen competitie
Na D-Day komt de oorlog weer naar het West-Europese vasteland. Van enige georganiseerde competitie is geen sprake vanwege moeilijke verplaatsingen en reëel oorlogsgevaar. Zes geel-zwarten doen in de zomer van 1944 wel mee aan een wielercriterium voor voetballers en kapen alle prijzen weg, met Jos Mersie als eindwinnaar.
Na de bevrijding is de repressie ook tot in het voetbal te voelen. Een proces tegen Berchem-voorzitter Hellings wordt al gauw het proces van Berchem Sport. De geel-zwarten wordt ten laste gelegd dat de club als enige openlijk de kant koos van het Sportcommissariaat (een organisatie van VNV’ers en SS’ers die de KBVB had moeten vervangen), dat verschillende Duitsgezinde organisaties (zoals DeVlag en NSVJ) het Berchem Stadium voor hun bijeenkomsten hadden gebruikt, dat aan de kant van de spoorweg twee metershoge propaganda-affiches hadden gehangen (waartegen bezoekende clubs trouwens protest hadden aangetekend) en dat verschillende Berchem-spelers gedwongen aan door de KBVB verboden wedstrijden hadden deelgenomen (o.a. in het “Vlaamsch Eenheidselftal”). Kranten beweren dat Hellings ook grote bedragen overhield aan geconfisceerde Joodse diamanten. Berchem neemt tijdens het proces afstand van Hellings en vermijdt een definitieve schrapping. Zowel club als verschillende individuele spelers worden symbolisch geschorst voor de rest van het competitieloze seizoen. Meester Adrien Mullens volgt Hellings op als voorzitter.
Het stadion wordt tijdens de schorsing door het Amerikaanse leger opgevorderd voor baseball-wedstrijden.


Berchem-supporter Stan Ockers overhandigt zijn vriend Jos Mersie een truitje na het wielercriterium voor voetballers. Andere geelzwarten op de foto zijn Stan De Hert (2de van links) en Broer Van de Ven (tussen Ockers en Mersie in) die de eerste twee manches van het criterium hebben gewonnen.

1945-46
7de plaats (op 19) in de Ere-afdeling
Vanaf de zomer van 1945 worden de nationale competities weer op gang gefloten. Berchem speelt een seizoen lang superieur technisch voetbal, maar ziet vaak punten verloren gaan door pech en gebrek aan fysiek na een jaar zonder voetbal. De mannen van trainer Victor Verlooy laten wel van zich spreken tegen de kopploegen: 5-4 tegen Anderlecht, 1-4 op White Star, 2-4 op het veld van kampioen Malinois.

1946-1951: DE WONDERJAREN

1946-47
6de plaats (op 19) in de Ere-afdeling
Berchem wordt weer getipt als outsider voor de titel. Na 7 speeldagen staat het even aan de leiding. Er wordt als een hecht blok gevoetbald en de resultaten zijn vaak schitterend. AA Gent, Lierse en Antwerp worden met indrukwekkende scores wandelen gestuurd. Op 1 december 1946 wordt de topper tegen Olympic Charleroi gespeeld in een barstensvol Neuville. De toeschouwers zitten zelfs op het dak van de tribune, terwijl duizenden supporters zonder kaartje voor de poorten van het stadion staan. De wedstrijd is de clash tussen 2 spelsystemen: Berchem beheerst perfect het trage, vooroorlogse combinatiespel met veel techniek; Olympic speelt modern, snel één-tijdsvoetbal. Het wordt 5-1 voor de Karolingers.
Ondanks een slechte januari-maand blijft Geelzwart bovenin meedraaien. Op 7 speeldagen van het einde staat het met een vijfde plaats nog steeds op 1 punt van leider Olympic. Pas in het slot van de competitie moet Berchem de rol lossen om uiteindelijk 6de te eindigen op 8 punten van kampioen Anderlecht.
Leon Aernaudts viert in Amsterdam tijdens de verloren wedstrijd tegen Nederland zijn eerste van 20 caps (1947-1950).

1947-48
7de plaats (op 16) in de Ere-afdeling
Trainer Vic Verlooy verkast naar St-Niklaas waarna Berchem niet meteen een vervanger vindt. Ondertussen rommelt het in de kleedkamer. Na een conflict over premies, komt een veel belangrijker probleem ter sprake: het spelsysteem. Berchem is meester in het vooroorlogse 2-3-5 systeem waarbij 5 aanvallers op 1 lijn in de breedte spelen, maar al te vaak is het voetbal van de geel-zwarten te technisch en te traag en wordt er zelfs in de defensie naar moeilijke oplossingen gezocht. In de jaren na de oorlog schakelen de meeste Belgische clubs over op het nieuwe, uit Engeland overgewaaide WM systeem (3-4-3) waarbij sneller en in de diepte wordt gespeeld. De Berchemse A-kern is verdeeld over welk systeem de ploeg moet hanteren. Na een desastreuze 9-0 op het veld van Standard (26 oktober 1947) – een wedstrijd waarin Marcel Dries debuteert in het eerste elftal – wordt oud-gediende Louis Verboven als nieuwe trainer aangesteld. Hij hakt meteen de knoop door in het voordeel van het WM systeem.
De overgang naar het nieuwe systeem verloopt moeizaam waardoor Berchem halverwege het seizoen achteraan het klassement bengelt. Pas tijdens de laatste vier wedstrijden komt de remonte er met een 7de plaats als resultaat. Met veel oefening heeft Geelzwart zich aangepast aan het WM systeem en zelfs een eigen 4-2-4 variant ontwikkeld, vergelijkbaar met de manier van spelen van de Hongaren in 1953 en de Brazilianen in 1958. Met de introductie van een voorstopper als 4de verdediger was coach Verboven zijn tijd ver vooruit.
Opmerkelijk is de match op het veld van Lyra, waarin Berchem een discutabele penalty toegewezen krijgt en de Lierse doelman Geysen rood krijgt nadat hij de bal tegen de scheidsrechter trapt. Een tussenkomst van de politie is nodig om de gemoederen te bedaren nadat de goalie weigert het veld te verlaten en de Lyra-aanhang het veld bestormt.


Marcel Dries tijdens Lyra – Berchem, een wedstrijd met een tumultueus verloop waarbij de man in het zwart belaagd werd door de Lierse aanhang.

1948-49
Vice-kampioen van België
2de plaats (op 16) in de Ere-afdeling
Voor aanvang van het seizoen laat de club een nieuwe grasmat aanleggen. Kostprijs: 65000 Bfr.
Stilaan beginnen alle puzzelstukjes op hun plaats te vallen: de gouden generatie die men sinds de jaren voor de tweede wereldoorlog is beginnen opbouwen, heeft eindelijk de nodige maturiteit en het spelsysteem is aangepast aan het veranderende voetbal. Berchem toont zich zo het beste elftal van het Belgisch voetbal. Toch eindigt Geelzwart niet als eerste. Door het morsen met punten tegen de ploegen uit de kelder van het klassement moet de Rooiploeg Anderlecht laten voorgaan. De Brusselaars kunnen de titel echter pas op de laatste speeldag grijpen (iets wat op dat moment al 19 jaar niet meer is gebeurd). In de onderlinge duels behaalt Berchem 3 punten op 4 tegen Anderlecht.
Tijdens de winterstop speelt Berchem vriendschappelijk tegen Admira Wien op het veld van Doornik (3-2 winst), want blijkbaar is “le Berchem extrêmement populaire en Wallonie”.
Naast Leon Aernaudts heeft Berchem er met Bert De Hert nog een Rode Duivel bij. Aanvaller De Hert haalt 10 caps waarin hij 3 keer scoort (tegen Wales, Nederland en Ierland).


Boven: Adriaenssens – L. Aernaudts – De Groote – Pieters – M. Aernaudts – Van de Ven – Verboven (trainer)
Onder: Van Noten – Mersie – Dries – A. De Hert – C. De Hert

1949-50
Vice-kampioen van België
2de plaats (op 16) in de Ere-afdeling
Als vice-kampioen wordt Berchem voor het seizoen beschouwd als titelkandidaat. Met nieuwe truitjes (met horizontale zwarte band naar het voorbeeld van Admira Wien) speelt Geelzwart wederom geweldig voetbal. Tekenend is de derby op Beerschot: na amper 20 seconden staat het al 0-1; bij de rust zijn de buren van het Kiel met een 0-3 stand reeds uitgeteld. De dag erna vergelijken de kranten het voetbal van Berchem Sport met dat van de Europese grootheden Sparta Praag en Austria Wien.
Eind november wordt de topper Berchem – Anderlecht aangekondigd als “het duel der titelpretendenten”. De wedstrijd draait uit op een 3-3 gelijkspel, al mag vooral Anderlecht blij zijn dat het een punt kan komen halen op het Rooi. Twee maanden en een mooie reeks later springt Berchem over Anderlecht naar de kop van het klassement. Het blijft daar 4 weken staan, tot blessures roet in het eten gooien. Wanneer Geelzwart Dries, Leon Aernaudts en De Groote ziet uitvallen, moet het Anderlecht laten uitlopen. De Brusselaars spelen uiteindelijk kampioen met 5 punten voorsprong op Berchem.
Op 5 maart 1950 speelt Leon Aernaudts zijn laatste match als international. In Bologna tegen Italië moet hij geblesseerd naar de kant, waarna geen selecties meer volgen.


Berchem, met truitjes naar het voorbeeld van Admira Wien, laat een punt liggen op het veld van Tilleur (1-1).

1950-51
Vice-kampioen van België
2de plaats (op 16) in de Ere-afdeling
Tijdens het tussenseizoen maakt Berchem een rondreis in Spanje. Op 11 juni 1950 speelt Geelzwart vriendschappelijk tegen FC Barcelona. In het Camp de Les Corts (Camp Nou wordt pas in 1957 in gebruik genomen) dat met 40000 toeschouwers voor twee derde is gevuld voor de komst van “el club amarillo y negro” verliest Berchem met 4-2. Het tweede Berchemse doelpunt lokt een minutenlang applaus op de tribunes uit. De tol van de wedstrijd is echter zwaar: zowel De Groote (na een brutale tackle van een Blaugrana-verdediger), Stan De Hert en Van Damme vallen uit met een blessure. Nadien wordt ook nog geoefend tegen een lokale ploeg uit Manacor en tegen de tweedeklasser Girona FC.
In tegenstelling tot de andere Belgische topclubs is Berchem weinig actief op de transfermarkt en blijft het vertrouwen op eigen jeugd. Doelman Roger Schilders die een jaar eerder is overgekomen van FC Boom wordt de enige niet-Berchemnaar in het basis-elftal en vervangt zo de niet al te betrouwbare Adriaenssens.
Geelzwart start het nieuwe seizoen met een gevulde ziekenboeg waardoor het zich op het einde van de heenronde in de rechterkolom bevindt. Pas in de terugronde slaat de motor aan. Door 5 opeenvolgende overwinningen staat Berchem plots tweede, op 3 punten van leider Anderlecht. Het slot van de competitie is bloedstollend. Voor aanvang van de laatste speeldag komen maar liefst 3 ploegen in aanmerking voor de titel: Anderlecht, Berchem en RC Mechelen (alledrie met 36 punten). Geelzwart moet uitgerekend tegen de Mechelaars spelen, terwijl Anderlecht ook een topper voorgeschoteld krijgt met een match tegen het vierde gerangschikte Beerschot. In een uitverkocht Berchem Stadium krijgen zowel thuis- als uitploeg een penalty toegewezen. Enkel Bert De Hert weet de zijne te benutten, waardoor Berchem 1-0 leidt. In het Astridpark eist scheidsrechter Baert de hoofdrol op. De man heeft eerder op het seizoen Berchem een geldig doelpunt ontnomen in de topper tegen Anderlecht, en schenkt de Brusselaars nu een penalty na onvrijwillig handspel buiten de zestienmeter. Verschillende Beerschotspelers, waaronder Rik Coppens, hebben later beweerd dat Baert voor de wedstrijd in hun kleedkamer al had laten verstaan dat best Anderlecht kampioen kon worden. Kort na de rust scoort Beerschot echter tegen waardoor Berchem virtueel landskampioen is. In de 69ste minuut trapt Mermans Anderlecht weer op voorsprong, waardoor de Mannekens van het Kiel hun buren de titel niet cadeau kunnen doen, zoals Berchem dat voor hen in 1924 heeft gedaan.
Geelzwart strandt op een gedeelde eerste plaats; de titel gaat naar Anderlecht dat minder wedstrijden verloren heeft. Berchem heeft meer winstmatchen en meer doelpunten gescoord. Enkele jaren later worden de bondsreglementen aangepast ten voordele van de ploeg met de meeste winstmatchen. Een aanpassing die voor Berchem iets te laat komt.
Bert De Hert kroont zich met 27 doelpunten tot topschutter in de Ere-afdeling, maar speelt zijn plaats in de nationale ploeg kwijt, ondanks een geweldige prestatie tegen Frankrijk in Parijs op 1 november 1950. De selectie voor de Rode Duivels gebeurt in die tijd niet altijd op basis van kwaliteit, maar is met drie selectieheren (één elk voor Antwerpen, Brussel en Luik) deels een kwestie van politiek.
Met drie 2de plaatsen op rij mag Berchem zich terecht “ploeg van ’t stad” noemen. Niet alleen omdat het beter doet dan Antwerp en Beerschot, maar ook omdat – op doelman Schilders na – alle spelers uit de eigen gemeente komen. De voetbalbond is de Rooiploeg ondanks de prachtige resultaten nog steeds niet goedgezind, o.a. door de reputatie die de club overhoudt aan de tweede wereldoorlog. In de pers krijgt Berchem de bijnaam “Assepoester van de KBVB”.


1950-51 is sportief het meest succesvolle jaar uit de geschiedenis van de club met een gedeelde eerste plaats in eerste klasse. Voor het seizoen speelt de Rooiploeg in een behoorlijk volgelopen Camp de Les Corts tegen FC Barcelona.

1951-1956: SCHUTTERS GEZOCHT

1951-52
10de plaats (op 16) in de Ere-afdeling


Stan De Hert tijdens een oefenwedstrijd tegen PSV Eindhoven, zomer 1951.

1952-53
11de plaats (op 16) in de Ere-afdeling

1953-54
11de plaats (op 16) in de 1ste afdeling
Halve finale Beker van België


Berchem gaat in Brussel onderuit tegen Union Saint-Gilloise.

1954-55
5de plaats (op 16) in de 1ste afdeling


Berchem stapelt de gemiste kansen op tegen AA Gent.

1955-56
4de plaats (op 16) in de 1ste afdeling


Doelman Louis Leysen met een spectaculaire tussenkomst op het veld van 1.FC Köln. Tijdens de voorbereiding voor het seizoen 1955-56 maakt Berchem Sport een rondreis door het Rijnland. Er wordt gespeeld tegen drie toenmalige toppers uit West-Duitsland: 1.FC Köln, TSV Koblenz en de Duitse kampioen Rot-Weiss Essen.

1956-1966: VAN TOPCLUB NAAR TOBCLUB

1956-57
10de plaats (op 16) in de 1ste afdeling

1957-58
13de plaats (op 16) in de 1ste afdeling


Berchem thuis tegen het Brusselse Daring (0-0).

1958-59
10de plaats (op 16) in de 1ste afdeling


Op 25 maart 1959 worden voor het eerst compeitiewedstrijden in België bij kunstlicht gespeeld. In elk van de 3 wedstrijden die avond komt een Antwerpse ploeg aan de aftrap: Beerschot ontvangt Tilleur, Antwerp trekt naar FC Luik en Berchem moet aan de bak op het veld van AA Gent. Geelzwart wint met 0-1.

1959-60
15 plaats (op 16) in de 1ste afdeling
Degradatie naar 2de afdeling

1960-61
9de plaats (op 16) in de 2de afdeling

1961-62
Kampioen in de 2de afdeling
Promotie naar 1ste afdeling


Achiel Bevers met een vrouwelijke fan na de 4-1 winst tegen FC Beringen.

1962-63
14de plaats (op 16) in de 1ste afdeling

1963-64
15 plaats (op 16) in de 1ste afdeling
Geen degradatie wegens verplichte degradatie van FC Turnhout

1964-65
14de plaats (op 16) in de 1ste afdeling


1964-65: opnieuw een seizoen in de kelder van de eerste klasse.

1965-66
15de plaats (op 16) in de 1ste afdeling
Degradatie naar 2de afdeling

1966-1978: DE LIFTPLOEG

1966-67
14de plaats (op 16) in de 2de afdeling


Berchem op bezoek bij het Crossing Molenbeek van Rik Coppens.

1967-68
4de plaats (op 16) in de 2de afdeling


1967-68: Rik Coppens aan de bal tegen RC Tienen.

1968-69
6de plaats (op 16) in de 2de afdeling

1969-70
4de plaats (op 16) in de 2de afdeling
Halve finale Beker van België


Bekerkoorts bij de geel-zwarte aanhang.

1970-71
8ste plaats (op 16) in de 2de afdeling


Veel volk voor RC Mechelen – Berchem Sport.

1971-72
Kampioen in de 2de afdeling
Promotie naar 1ste afdeling

Voor onze minisite over Ludo Coeck klikt u hier.


De geel-zwarte kop tijdens de kampioenenwedstrijd tegen Charleroi, 23 april 1972.

De kampioenenploeg wordt ontvangen op het Antwerpse stadhuis.

1972-73
8ste plaats (op 16) in de 1ste afdeling


In de kleedkamer: Jan Corremans, Tony Goossens, André Van Lommel, Walter Rodekamp, Karel Brokken en Jim De Schrijver.

1973-74
14de plaats (op 16) in de 1ste afdeling


De kern voor het jaar 1973-74.

1974-75
15de plaats (op 20) in de 1ste afdeling

1975-76
18de plaats (op 19) in de 1ste afdeling
Degradatie naar 2de afdeling


Berchem en Beerschot, net zoals Antwerp met Bell-reklame op het truitje.

1976-77
9de plaats (op 16) in de 2de afdeling

1977-78
2de plaats (op 16) in de 2de afdeling; 1ste plaats (op 4) in de eindronde
Promotie naar 1ste afdeling


Voor de eindrondewedstrijd tegen Tongeren.

1978-1989: EEUWIGE AMATEURS

1978-79
15de plaats (op 18) in de 1ste afdeling


Weeral dezelfde shirtsponsors: zowel Berchem als Antwerp met Maes Pils op het truitje.

1979-80
16de plaats (op 18) in de 1ste afdeling


Berchem wint thuis met 2-0 van de buren van Beerschot.

1980-81
18de plaats (op 18) in de 1ste afdeling
Degradatie naar 2de afdeling


Adilson, een van de Brazilianen die Coppens en Michel in Zuid-Amerika gingen halen.

1981-82
5de plaats (op 16) in de 2de afdeling


1981-82: Tijdens de voorbereiding speelt kersvers UEFA-cupwinnaar Ipswich Town vriendschappelijk op het Rooi. Berchem wordt die dag éénmalig versterkt met de 108-voudige Engelse international Bobby Moore. Een ware stunt van PR-voorzitter Paul Teugels.

1982-83
14de plaats (op 16) in de 2de afdeling


1982-83: Dick Advocaat in Berchem-shirt tegen Eendracht Aalst, 26 september 1982.

1983-84
6de plaats (op 16) in de 2de afdeling


1983-84.

1984-85
7de plaats (op 16) in de 2de afdeling

1985-86
Kampioen in de 2de afdeling
Promotie naar 1ste afdeling


De spelers vieren de titel na de gewonnen wedstrijd tegen RC Mechelen.

1986-87
18de plaats (op 18) in de 1ste afdeling
Degradatie naar 2de afdeling


Van Meir in duel met Juan Lozano. Berchem krijgt voetballes van Anderlecht: 8-0.

1987-88
8ste plaats (op 16) in de 2de afdeling


Abdel Hamid Dahman.

1988-89
8ste plaats (op 16) in de 2de afdeling

1989-2000: VERGANE GLORIE

1989-90
16de plaats (op 16) in de 2de afdeling
Degradatie naar 3de afdeling


Van Meir lukt een strafschop tegen rechtstreeks concurrent Seraing.

1990-91
2de plaats (op 16) in 3de afdeling A

1991-92
10de plaats (op 16) in 3de afdeling B


Berchem Sport (hier met Serge Creve) speelt zelfs geen rol van betekenis meer in 3de nationale.

1992-93
7de plaats (op 16) in 3de afdeling B


Robby Van Praet (links).

1993-94
9de plaats (op 16) in 3de afdeling B

1994-95
9de plaats (op 16) in 3de afdeling A


Ante Tolic (rechts) in de thuiswedstrijd tegen RC Mechelen. De tribunes zijn ondertussen akelig leeg.

1995-96
7de plaats (op 16) in 3de afdeling B


De toss voor de match op Tubantia. Derbies worden niet meer gespeeld tegen Antwerp of Beerschot, maar tegen mindere goden als KFCO Wilrijk, Schoten, Belgica Edegem en Tubantia Borgerhout.

1996-97
15de plaats (op 16) in 3de afdeling B
Degradatie naar 4de afdeling (Bevordering)

1997-98
3de plaats (op 16) in 4de afdeling B


Berchem is weggezakt naar de laagste regionen van het nationale voetbal. Hier op verplaatsing bij de buren van Tubantia Borgerhout.

1998-99
7de plaats (op 16) in 4de afdeling B

1999-2000
4de plaats (op 16) in 4de afdeling B
Verplichte degradatie naar 1ste Provinciale afdeling

2000-…: EEN EEUWFEEST MET VELE OBSTAKELS

2000-01
3de plaats (op 16) in de 1ste Provinciale afdeling
Winst in de Provinciale eindronde
Promotie naar 4de afdeling


Berchem wint de eindronde voor het oog van 2500 toeschouwers. In een dubbele finaleconfrontatie met Belgica Edegem wordt thuis met 2-1 gewonnen. In Edegem staat het bij de rust 1-1. Edegem beukt een ganse tweede helft, maar de jonge Geelzwarten breken niet.

2001-02
Kampioen in 4de afdeling B
Promotie naar 3de afdeling


Onder Marc Brijs speelt Berchem met een bij mekaar gekochte ploeg wervelend voetbal.

2002-03
Kampioen in 3de afdeling A
Geen promotie wegens niet toekennen van een licentie voor 2de afdeling


De titel wordt gevierd na 3-0 winst tegen Denderhoutem.

2003-04
16de plaats (op 16) in 3de afdeling A
Degradatie naar 4de afdeling

2004-05
7de plaats (op 16) in 4de afdeling B

2005-06
3de plaats (op 16) in 4de afdeling B
Verderzetting in vierde; er wordt een nieuw jeugdbestuur aangesteld, met een duidelijk onderscheid tussen sportieve en administratieve activiteiten.
De ambitie om mee aan de top te spelen is alom aanwezig. De financiële problemen zijn grotendeels van de baan. De club zet zijn weg sober verder… Berchem sluit in een evenwichtige groep het seizoen af met een stevige derde plaats.

2006-07
5de plaats (op 16) in 4de afdeling B
Wederom een start in Bevordering (4de). De ambitie voor een ticket naar derde nationale wordt niet onder stoelen of banken geschoven. Berchem versterkt zich met Papa Sanou, Sesay en Dirk Huysmans, maar strandt op een vijfde plaats en loopt zo een ticket voor de eindrone mis.
Tevens inhuldiging gedenkplaat aan de voormalige zaak “Limburgia” te Berchem waar de worstel- en atletiekclub 100 jaar geleden werd opgericht.


Inhuldiging van de gedenkplaat aan het huis waar Berchem Sport werd opgericht door voorzitter Erik Vermeylen (links), districtsvoorzitter Peter Raats en Berchem Sport’s oudste en jongste lid (Stan De Hert en Maurice Norée).

2007-08
13de plaats (op 16) in 4de afdeling B
De ambitie om te stijgen is wederom groot. De voetbalafdeling viert de hondertste verjaardag en wil kost wat kost promoveren naar 3de klasse. De onervaren Ives Serneels krijgt een op papier kwalitatieve groep met spelers als Simeons, Amazou en Yzewijn. Het seizoen wordt echter één grote flop met 2 trainerswissels en 14 verlieswedstrijden. Sportief wordt een dieptepunt in 100 jaar Berchem Sport bereikt. In het eindklassement staat Berchem slechts 3 punten boven een degradtieplaats. De 13de plaats verwijst de Rooiploeg naar de barrages voor de provinciale eindronde. Daarin wordt thuis met 4-2 gewonnen van het Naamse SC Petit-Waret waardoor de club zich handhaaft in Bevordering.
Voor de verjaardag van de club wordt een delegatie ontvangen op het Antwerpse stadhuis en organiseert de club een heus popfestival in het stadion.


De geel-zwarte aanhang probeert er de moed in te houden tijdens de wedstrijd op Rupel Boom.

2008-09
8ste plaats (op 16) in 4de afdeling B
De ambities zijn voor het eerst in jaren beperkt, al staat er een stevige voorlinie met Flies, Nechelput en El Harchi. De ploeg verbreekt het clubrecord wat betreft langste aaneengesloten reeks van ongeslagen wedstrijden (19), al is dat voornamelijk met gelijke spelen. Op het einde van het grijze seizoen stopt Vermeyelen als voorzitter. Oud-voorzitter Hugo Claesen wordt interim tijdens de zoektocht naar een nieuwe sterke man.
In het begin van het seizoen trekt een tentoonstelling over de geschiedenis van de club heel wat volk.


Nechelput heeft net gescoord op Meldert.

2009-10
12de plaats (op 16) in 4de afdeling B
Opnieuw een grijs seizoen waarin de club pas op de laatste speeldag met veel geluk een degradatieplaats weet te ontlopen. In de wedstrijd tegen Wijgmaal is de gelijkmaker van Delalieux noodzakelijk om rechtstreekse degradatie te vermijden. Na het laatste fluitsignaal is het zelfs nog wachten op de uitslagen van de concurrenten. Als bij wonder vallen alle uitslagen mee voor Berchem waardoor het op een veilige plek eindigt.
De bekercampagne zorgt wel voor een beetje kleur. In de derde ronde wordt Cappellen met penalties uit het tornooi geknikkerd, waarna de Rooiploeg in de volgende ronde op het veld van eersteklasser Sint-Truiden mag aantreden. Op een woensdagavond in volle vakantieperiode krijgt de geel-zwarte aanhang het uitvak toch goed gevuld en blijft tot lang na de wedstrijd sfeer maken, ondanks de 5-0 nederlaag.


Uitzinnige vreugde nadat Berchem zich tegen Wijgmaal nipt kan redden.

2010-11
10de plaats (op 16) in 4de afdeling B
Voor het vierde jaar op rij start Berchem behoorlijk ambitieloos aan de competitie. Met een bijna geheel vernieuwde kern begint Berchem goed aan het seizoen, maar strandt uiteindelijk in de middenmoot. Hoogtepuntje is het gelijkspel thuis tegen de latere kampioen RC Mechelen; een wedstrijd waarvoor duizenden toeschouwers afzakken naar het Rooi.


Een kuitenbijtende Pereira in de wedstrijd tegen RC Mechelen.

2011-12
Kampioen in 4de afdeling B
Promotie naar 3de afdeling
Bij aanvang van het seizoen neemt zakenman Marc Debie de fakkel over van interim-voorzitter Hugo Claesen. Zijn ambitie is om met Berchem binnen drie jaar te promoveren naar 3de klasse.
De kern wordt grotendeels behouden ondanks het middelmatige voorgaande seizoen. Enkel de transfers van Boujouh en Vissers zijn noemenswaardig. Tot ieders verrassing opent Berchem met een mooie 9 op 12. In oktober lijkt de trein definitief vertrokken: Geelzwart overklast meerdere tegenstanders en rukt op naar de eerste plaats, waar het bijna 200 dagen onafgebroken blijft staan. Op het veld van FC Katelijne wordt op 22 april de titel gevierd. Een week later worden de kampioenen thuis gevierd voor ongeveer 4000 toeschouwers. Tegenstander FC Duffel wordt met 6-0 wandelen gestuurd in een ware galamatch.


Berchem wint met 0-3 op het veld van KFC Katelijne en verzekert zich van de titel in 4de klasse B.

2012-13
5de plaats (op 18) in 3de afdeling A

Berchem weet het eerste seizoen opnieuw in derde klasse prima te doorstaan. Geelzwart kent een uitstekende periode en prijkt zelfs even mee aan de top van het klassement. Thuis tegen streekgenoot Cappellen FC ziet Berchem een periodetitel nipt door de vingers glippen. Berchem eindigt uiteindelijk knap vijfde.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s